25-06-2010

Fryslân de mooiste?

In het onderzoek van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC) zijn alle provincies langs een meetlat gelegd. De gehanteerde criteria zijn echter arbitrair. Wanneer is een landschap mooi? Als we de onderzoekers moeten geloven vooral wanneer er sprake is van veel natuur, veel bos, weinig verandering en een kleinschalig karakter.  De score wordt hoger, naarmate er meer van deze criteria op een gebied van toepassing zijn. Oftewel: als Drenthe voor 100% uit bos en natuur had bestaan, gebaseerd op oude verkavelingspatronen, was haar score een 10 geweest in plaats van de 2,2 (!) uit het onderzoek en had Fryslân (7,3) het nakijken gehad. De gehanteerde criteria doen zowel het Drentse als het Friese landschap tekort. De kritiek van Atelier Fryslân richt zich op drie punten.

 

Allereerst is het VNC-onderzoek een onderzoek vanuit de achteruitkijkspiegel. De situatie van het Nederlandse landschap rond 1890 wordt als romantische referentie en ideaalbeeld gezien. Hoe minder er is veranderd hoe beter: Ot en Sien lopen blijkbaar nog steeds rond in Fryslân. Is dat ook zo? Wie willen wij eigenlijk zijn? Wil Fryslân een mooie én vitale provincie zijn dan moeten we met z’n allen vooruit kijken. Het landschap is in die zin te zien als een boek. Iedere generatie is in staat daar haar eigen hoofdstuk aan toe te voegen. Van belang is het daarbij om de rode draad, de verhaallijn van het boek vast te houden. Hoe is het landschap opgebouwd, wat hebben onze voorouders daaraan toegevoegd? Terugbladeren heeft zin om je kennis van het ontstaan van het landschap te vergroten. Doorbladeren stemt ons nieuwsgierig, daagt uit en schetst een eigenzinnig beeld van de Friese toekomst.

 

Gebieden met tenminste 5% sloten en houtwallen verdienen het predicaat mooi stelt het onderzoek: het singellandschap van de Wâlden scoort daarmee hoge ogen. Maar Fryslân is veel meer dan dat: vanuit zijn natuurlijke ontstaansgeschiedenis is de provincie rijk bedeeld met uiteenlopende landschapstypen; van kleinschalig besloten tot weids en open. Klei, veen en zand en alle nuances daar tussenin zorgen voor een prachtig kleurenpalet. In die zin is Fryslân objectief gezien de rijkste provincie van Nederland. Het onderzoek gaat volstrekt voorbij aan het feit dat juist die verscheidenheid aan landschapstypen sterk onder druk staat. De openheid van de Greidhoeke en de Bouhoeke ervaar je het sterkst door de beslotenheid van de Wâlden en omgekeerd. De landschapstypen in Fryslân hebben elkaar dan ook nodig. Het kleurenpalet wordt door de huidige ontwikkelingen dof en sleets, zoals wijlen Anita Andriesen terecht constateerde. Ontwortelde bedrijventerreinen, uitwisselbare nieuwbouwwijkjes en eenzame windturbines zorgen voor een onverschillig landschap. En dat is juist de essentie van een mooi Fryslân; de landschappelijke verschillen moeten worden benadrukt en versterkt!


Tenslotte wordt in het onderzoek van de VNC gemakshalve voorbijgegaan aan de steden in het Friese landschap. Terwijl er ook in 1890 wel degelijk steden waren in deze provincie. Belangrijker is echter de constatering dat juist de overgang van stad naar land in onze huidige tijd onder druk staat. Je hoeft maar naar de huidige randen van Leeuwarden, Heerenveen en Drachten te kijken om te constateren dat hier een geweldige opgave ligt uit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit.

 

Fryslân de mooiste? Voor ons wel, maar niet om de redenen zoals die in dit onderzoek naar voren komen. Het mooie Friese landschap is altijd in beweging geweest en zal ook in de toekomst blijven veranderen. Er is dan ook werk aan de winkel. Grote infrastructurele projecten komen op de provincie af, de klimaatverandering noopt ons tot nadenken en pro-actief handelen. Het landbouwbeleid wordt de komende jaren herzien en het energievraagstuk vraagt om heldere keuzes. Om nog maar te zwijgen over het vraagstuk en de uitdaging van de krimp.

 

Echte schoonheid zit van binnen; wanneer we ons bewust zijn van het kapitaal van het Friese landschap kunnen we op een zorgvuldige manier een nieuw én prikkelend hoofdstuk toevoegen aan het boek Fryslân.

 

Gepubliceerd in dagblad Trouw op 21 juli 2010 (rubriek Podium)